Nieuwe Waterlinieroute

Nieuwe Waterlinieroute lijkt wel een speurtocht. Vijfenveertig forten kom je tegen op de Waterlinie Fietsroute, maar het is best zoeken geblazen. Net als vroeger staan de verdedigingswerken verdekt opgesteld, achter een rij bomen of struiken. Niet zelden zijn het kleine natuurgebiedjes geworden, waar vleermuizen overwinteren, kauwen hun nestjes bouwen en bijen op de meidoorns of wilde marjolein afkomen.
‘Kijk, daar is er weer één,’ roep ik naar mijn fietsmaat, die weet dat ik vals speel. Bij haar hangen de knooppunten van de route aan het stuur, ik heb de kaart met de bezienswaardigheden. Op dag drie grinniken we als fort nummer veertig in zicht verschijnt. ‘Het begint eentonig te worden,’ merk ik lachend op. Maar verre van dat. Het ene fort is rond, het andere vierhoekig of stervormig, de luiken donkergroen of knalrood. De route volgt de Nieuwe Hollandse Waterlinie, die west-Nederland van 1815 tot 1940 beschermde tegen de vijand. ‘Zo uniek, dat ze dit konden maken, in die tijd,’ zegt gids Piet ten Pierick in Fort bij Vechten, als we de fietsen weer eens hebben gestald. De voormalig tekenaar bij bouwbedrijven kijkt nogal altijd zijn ogen uit. ‘Men kon het land veertig centimeter onder water zetten. Genoeg om de vijand tegen te houden.’ Wie te voet kwam, zakte weg bij een sloot. Varen was geen optie.
Als Piet de flankbatterijen toont, springt aan de overkant net een fietser naakt de gracht in. Een eeuw geleden liet men dat wel uit zijn hoofd, toen soldaten hier met munitie klaar zaten, maar nu voelt het vredig. Een vinkje zingt zijn lied en boerenzwaluwen dansen sierlijk

De fietsroute is waterrijk

Logisch. Veel kanalen, rivieren en plassen uit de tijd van de verdedigingslinie liggen er nog. Bij de Gein en Vecht overheerst het solitaire gevoel, terwijl de Ankeveense en Loosdrechtse Plassen in ’t Gooi vol levendigheid zijn. Smalle paden vol fietsers, omwonenden in sportauto’s. De Stelling van Utrecht – op steenworp afstand van de stad – blijkt geliefd bij groepjes moslima’s, de polders bij de Lek heb je bijna voor jezelf.
Soms is de poort dicht van een fort. Daar kun je enkel op afspraak komen, via Natuurmonumenten of Staatsbosbeheer. Maar opvallend vaak kun je wél een kijkje nemen. Fort Uitermeer heeft een fraai terras, slapen in een pipowagen kan bij Fort Werk aan de Korte Uitweg en een bierbrouwer maakt gebruik van Fort Everdingen. Jarenlang is hard gewerkt om de verdedigingswerken, die behoorlijk waren vervallen, nieuw leven in te blazen. in de lucht. De groene specht, boomkruiper, grauwe vliegenvanger en ijsvogel, het zijn allemaal vogels die hier graag komen.

Ik hoop dat fietsers na een bezoek geïnspireerd en blij wegrijden, vol nieuwe ideeën,’  een broedplaats voor kunst en cultuur. ‘Dat ze zien hoe leuk zo’n fort is!’ Dan heeft Marcel het nog niet eens over de vestingstadjes, bunkers en kastelen waar we in een paar dagen langskomen. Bomvol verhalen. Niet voor niets is de Nieuwe Hollandse Waterlinie genomineerd voor Unesco-werelderfgoed. En hoe kun je die beter verkennen dan op de fiets?